|
Editie 15: 1 september 2003 Epilepsie en seksualiteitDoor: Jim Bender, sexuoloog Het kan niemand ontgaan dat
seks een steeds uitgesprokener plaats in ons dagelijks leven inneemt. M.n. de
media en de commercie lijken ervan overtuigd te zijn dat seks bij onze
dagelijkse kost hoort. Seks verkoopt nieuwe auto’s t/m tweedehands harten.
Wij worden overstelpt met tips en statistieken. Seks zou een gemeengoed zijn,
maar dan m.n. voor de jonge, de mooie en gezonden onder ons. Lichamelijke toestand Toch worden seksualiteitsproblemen snel in de biologische hoek geplaatst. Een waarschuwing is hier dan ook wel op zijn plaats. Een somatische verklaring voor een seksuele klacht is zelden zonder meer generaliseerbaar. Een relevant voorbeeld voor vandaag is het onduidelijke effect van anti-epileptica op het seksuele functioneren. Indien men in zo'n geval een somatische verklaring zonder meer accepteert, kan dit zowel de behandelaar als de patiënt weerhouden om naar andere, mogelijk betere verklaringen te zoeken. Psychosociale factoren hebben vaak een luxerende (uitlokkende) rol in seksuele problemen en dienen goed onderzocht te worden. Veel van deze factoren zijn terug te vinden in de volgende onderdelen van het model. Zelfbeeld In de puberteit, waar
epilepsie zich vaak openbaart, is onzekerheid en kwetsbaarheid betreffende het
zelfbeeld troef. Relatiebekwaamheid Seksueel-affectieve
voorgeschiedenis Maatschappelijke context Seksuele respons cyclus
Vervolgens wil ik aan de hand van deze opdeling een aantal problemen, relevant voor mensen met epilepsie met u doornemen. Hyposeksualiteit is een van de meest genoemde problemen in de literatuur rond epilepsie en seksualiteit. Wat hiermee precies bedoeld wordt, is echter niet voldoende duidelijk. Heeft men nooit zin, weinig zin, minder zin dan de partner, of misschien slechts geen zin in de coďtus. De meeste mensen kennen, om allerlei redenen, periodes van geen zin in seks. Als iemand geen zin heeft en hier geen hinder van ervaart, zou je je kunnen afvragen: “What´s the Problem?” Maar vaak hebben mensen die geen zin in seks hebben, partners die er wel zin in hebben. En jawel: "There's the problem!" Er zijn harmonieuze manieren om dit probleem op te lossen. Vaak is dit echter een bron van spanning en onenigheid. Iemand met epilepsie die zo "normaal" mogelijk wil leven, zal misschien geneigd zijn om zonder zin te vrijen. Als je gaat vrijen zonder zin of met tegenzin, sla je de plank mis, wat niet zonder risico is. Een man die tegen zijn zin in vrijt, is bijna zeker van geen erectie. Impotentie wordt dikwijls als niet minder dan een ramp ervaren en kan leiden tot nog minder zin in seks en het vermijden van seksuele situaties: hyposeksueel dus. Een vrouw kan door afwezigheid van opwinding en daardoor een gebrek aan vaginale lubricatie, ongemak of pijn ervaren tijdens de coďtus. Vaginisme, een probleem dat in de literatuur in verband met epilepsie wordt gebracht, kan uit de cirkel van pijn en angst voor pijn voortvloeien en kan het gebrek aan verlangens verstevigen. Vermijdingsgedrag is dan ook wel voorstelbaar. Nog een mogelijkheid is iemand die wel verlangens voelt, maar ambivalentie bij zijn opwinding ervaart. Om opwinding te kunnen ervaren en opbouwen tot een orgasme, moet men in de opwinding "op" kunnen gaan en de controle loslaten. Een epileptische aanval is waarschijnlijk de ultieme vorm van ongewenst controleverlies. Controle houden zal dan ook voor veel mensen met epilepsie een bewuste en/of onbewuste houding zijn die opwinding af kan remmen. Dit is een probleem dat, algemeen gezien, veel vaker voorkomt bij vrouwen dan bij mannen. Vrouwen met epilepsie zijn, mogelijk door hun ziekte, extra kwetsbaar voor dit probleem. Het idee om een aanval tijdens het vrijen te krijgen, is bepaald niet opwindend. Angst voor een aanval kan bij zowel de persoon met epilepsie bestaan, als bij de partner. Een angstige partner kan zelf seksueel disfunctioneren maar kan ook door een angstige en geremde manier van vrijen een disfunctie in de persoon met epilepsie veroorzaken. Deze angst en de neiging tot het houden van controle, kan voldoende zijn om een stoornis in de opwindingsfase te veroorzaken. Een' gedempte' opwinding kan leiden tot halve erecties en matige lubricatie. Waar het zeker niet toe leidt is tot een orgasme. Dit opwindingsprobleem kan snel als een orgasme probleem gepresenteerd worden. Een andere manier om de angst voor opwinding te couperen is te zorgen dat het snel voorbij is. Ejaculatio Preacox, te snel klaar komen zou een onbewuste oplossing voor de seksuele ambivalentie van een man kunnen zijn. Naast dit beperkte overzicht van mogelijke problemen in seksueel functioneren, wil ik de zogenaamde onderhoudende factoren kort bespreken. Onderhoudende factoren zijn psychische mechanismen die een seksueel probleem in stand kunnen houden, zelfs wanneer de oorzaak van het probleem niet meer geldt. Faalangst komt zeer frequent voor en is voldoende om alle opwinding en gevoelens van plezier te vergallen. Mensen zijn vaak panisch voor wat abnormaal zou zijn. Seks wordt dikwijls als een test ervaren, waarbij lijkt te gelden; hoe vaker, hoe groter, hoe langer, hoe beter. Soms zijn mensen zich zo bewust van de prestatie die zij in bed leveren dat zij meer toeschouwer worden dan deelnemer. Dit leidt vaak tot vervreemding en gebrek aan seksueel plezier. De essentie van seks wordt door deze factoren vaak uit het oog verloren; het gaat er niet om wat of hoe je het doet maar dat je seks als plezierig beleeft. Mensen met epilepsie zullen net zo kwetsbaar zijn voor deze mechanismen als de rest van de populatie. Om af te ronden wil ik nog een praktijkvoorbeeld aan u voorleggen. Praktijkvoorbeeld: Een echtpaar; beide in de 40
Seks: Voor het begin van de epilepsie was er geen enkel seksueel probleem. Na het begin van de ziekte daalde de libido. Sinds enige jaren is dat steeds slechter geworden tot een complete seksuele aversie. Bijkomende factoren uit de anamnese;
Het grotere deel van deze klachten is niet anders dan bij andere mensen. En dat kan dan worden opgelost met gewone counseling, voorlichting, gedragsbeďnvloeding etc. Dat beleid geeft ook in deze situatie veel verbetering. Het echtpaar krijgt meer plezier in het vrijen, hun interactiepatroon wordt duidelijk uitgebreid en mevrouw krijgt weer duidelijk haar libido terug. Als het goed gaat is er bij het vrijen af en toe voldoende lubricatie, maar af en toe ook niet, terwijl ze dan wel goed opgewonden is. Dit zou een effect van de Tegretol medicatie kunnen zijn.
|