Goede Epilepsiezorg begint bij jezelfVerslag landelijke dag EpilepsiePlus, 9 oktober 2010 Dit jaar was het thema ‘goede epilepsiezorg begint bij jezelf’. Op deze landelijke dag was het mogelijk met deskundigen van gedachten te wisselen over het (klein)kind. Die deskundigen zijn professionals, betrokken bij de zorg voor ‘onze’ kinderen maar natuurlijk óók die andere deskundigen: de andere (groot)ouders. Aanwezig waren maar liefst 150 personen, vooral ouders én grootouders van EpilepsiePluskinderen. Alle mensen die hebben geholpen deze dag tot een informatieve bijeenkomst maar vooral ook warme bijeenkomst te maken: heel hartelijk dank! Ochtendprogramma Daarna volgde de tweede lezing over moeilijk-verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk-instelbare epilepsie. Deze lezing werd gegeven door het duo Rea Vonk-Dekker, orthopedagoog/GZ-psycholoog Kleur/Dichterbij Kinder en jeugdzorg, en Boudewijn Gunning, neuroloog en psychiater bij Epilepsiecentrum Kempenhaeghe Heeze en Kinderneurologie UMC St. Radboud Nijmegen. Boudewijn Gunning maakte duidelijk dat het heel belangrijk is dat eerst de epilepsie van de kinderen zo goed mogelijk onder controle wordt gebracht. Gebleken is namelijk dat veel gedrag van onze kinderen te wijten is aan epileptische activiteit. Soms is dat erg moeilijk te onderzoeken, maar juist daarom is het heel belangrijk moeilijk gedrag van EpilepsiePlus-kinderen te bespreken met de neuroloog. Want gedrag veroorzaakt door epileptische activiteit is natuurlijk niet te verhelpen met opvoedkundige technieken…. maar misschien wel met andere medicijnen… Van groot belang is ook dat er bij de behandeling van kinderen met een moeilijk-instelbare epilepsie een orthopedagoog wordt betrokken. Rea Vonk lichtte in haar verhaal als eerste de term ‘moeilijk-verstaanbaar gedrag’ toe: het is niet het gedrag zelf dat moeilijk is, maar het is voor ons, als ouders en andere betrokkenen, vaak moeilijk te begrijpen. Veel gedrag komt voort uit frustratie, omdat de kinderen zich niet goed kunnen uiten en ons niet altijd goed kunnen begrijpen. Daarom is het heel belangrijk om in kaart te brengen op welk niveau onze kinderen functioneren. En: het is aan ons om het kind zo te begeleiden dat het zich veilig voelt. Veel ‘lastig’ gedrag is te voorkomen door structuur te bieden en door de communicatie te ondersteunen met ‘andere’ communicatiemiddelen, zoals gebaren of foto’s. Lunch en informatiemarkt Middagprogramma Presentaties en verslagen'Epilepsiesyndromen op de kinderleeftijd: diagnostiek en behandeling'
'Moeilijk verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie (1)'
'Moeilijk verstaanbaar gedrag bij kinderen met een moeilijk instelbare epilepsie (2)'
'Landau Kleffner syndroom en CSWS: communicatie en gedrag'
'Dravetsyndroom: Bouwen aan de toekomst voor je zoon of dochter met Dravetsyndroom'
'Westsyndroom: zorgen voor en zorgen over je kind met Westsyndroom'
'Overige epilepsiesyndromen en moeilijk-instelbare epilepsie' Grootouders zijn van een EpilepsiePluskind - 'Veiligheid en epilepsie'
|